|
Het zit The Frank And Walters ook niet mee. In Groot Brittannië zijn ze
inmiddels door de critici op een zijspoor gerangeerd, maar zo gaat dat daar:
het ene moment word je er de hemel in geprezen en bij het derde album ben je
niet actueel genoeg meer. Dus is een Ierse band als The Frank and Walters met
een geluid ergens tussen The Wonder Stuff, James en meer van die jaren negentig
Britpoppers misschien wel helemaal niet hip meer. Hoe dan ook, dit vierde album
is best aantrekkelijk.
Terug op het label, waar het tien jaar geleden allemaal begon komen The
Frank And Walters met een plaat, die — zonder spectaculair te zijn
— een mooi en uitgebalanceerd poppy geluid brengt. Van de verrassend
sterke opener ‘Underground’ bijvoorbeeld gaat een ongekend
optimisme uit, te vergelijken met de frisheid die de Human League in de jaren
tachtig demonstreerde. En van het filmische en galmende ‘New York’
kun je ook onmogelijk genoeg krijgen. En dan mogen halverwege de melodielijnen
wat gewoontjes worden en dan mag het geluid af en toe wel wat erg new waverig
overkomen, ‘Glass’ zakt nooit echt in en is daarom behalve de meest
poppy ook de meest toegankelijke cd tot nu toe van The Frank and Walters. Wat
de rest ook zegt.
|